Cscbiologie.jouwweb.nl


Brugklas


Studieplanner brugklas biologie (periode 1)

Let op!

  • Rechts bovenaan staat: "Noot: Deze studiewijzer is een richtlijn. Er kan in de praktijk van af geweken worden!" Het in de les opgegeven huiswerk kan dus iets afwijken van wat er op de studieplanner staat. Toch kun je de studieplanner goed gebruiken om (bijv. tijdens ziekte) niet achter te raken met je huiswerk.
     
  • In de kolom Extra staat dat er per hoofdstuk een Begrippenlijst gemaakt kan worden. De rest is informatie voor de docent.
     
  • Download de Studieplanner hieronder.


 


Cijfers biologie brugklas
(docent CSc)

  • Toets Hoofdstuk 1 (telt 2x)

  • Toets Hoofdstuk 2 (telt 2x)
     
  • SO Paragrafen 4.2 en 4.3 (telt 1x)

  • Toets Hoofdstuk 5 (telt 2x)
     
  • Dossier periode 1, met daarin verslag plantje (telt 1x)
     

PDF
Studieplanner BI 1HV 2014 2015 Periode 1+2
PDF [405.5 KB]
Download (8 downloads)

 

ICT-opdracht Hoofdstuk 2.1-2.2 (Skelet)

- Werk in maximaal 2-tallen per pc! (anders is de opdracht niet leuk)

  1. Eerst kijken we met de klas het filmpje Botbreuken (4:23 min.).
  2. Daarna gaan jullie zelfstandigwerken aan de volgende 2 opdrachten:
  3. Klik op de volgende link.
  4. Maak Opdracht 1 Skelet. Schrijf de antwoorden van vraag 1a t/m 1e op een blaadje. Lever dit blaadje daarna in bij de docent (voor dossier!).
  5. Doe onderaan bij Opdracht 4 Oefenen Skelet:
  6. Oefening skelet 1
  7. Oefening skelet 2 (röntgenfoto's)

  8. Tijd over? Maak dan de puzzel over het hoofdstuk (de vragen staan op deze pagina). Als je deze helemaal goed kon invullen, laat dat dan aan de docent zien en win een prijs!

 


 


 

2.4 Aantekeningen

Bouw van een dier    (blz 49 niet leren!)

Gewerveld dier = dier met en wervelkolom.hagedis uit namibië

  • “Oudere” dieren: de wervelkolom beweegt vooral zijdelings (van links naar rechts). Zoals bij de reptielen, vissen en amfibieën. (zie plaatje hagedis)
  • “Modernere” dieren: de wervelkolom vrij springend paardbeweegt/buigt vooral naar voren en achteren toe. Zoals bij de zoogdieren en vogels.  (zie plaatje paard)

De bouw van de poten (en de rest van het lijf) heeft te maken met (1) de evolutie en (2) de leefwijze van het dier.
(1) Evolutie: de dieren met de meest handige bouw overleven en planten zich voort.
(2) Leefwijze: hoe ziet het leefgebied van het dier eruit, en wat moet hij eten?

Hierdoor kunnen 2 dieren uit 2 totaal verschillende families, die in hetzelfde gebied leven, na vele generaties heel erg veel op elkaar gaan lijken.
Bijv. (bron 8) Een haai en een dolfijn leven beide in de zee en eten vis. Ze hebben hierdoor heel erg dezelfde vorm. Toch is een haai een vis en een dolfijn een zoogdier.

Opmerking: Deze paragraaf is best lastig te leren. Het gaat veel over logisch nadenken. Je zult er dus vooral T2- en I-vragen over krijgen (Toepassingsvragen in een onbekende situatie, en Inzichtvragen). Denk daarbij gewoon even rustig na.